Door gebits- en kaakafwijkingen kunnen vuilnissen ontstaan die noch voor de zelfreiniging door speeksel noch voor de dagelijkse mondhygiëne toegankelijk zijn. Dit leidt tot een verhoogd risico op cariës en parodontale aandoeningen.
Kaakafwijkingen die een correct op elkaar bijten van de tanden niet toelaten, veroorzaken een verstoorde afbijt- en kauwfunctie. Een mogelijk gevolg kan bemoeilijkte voedselopname met spijsverteringsproblemen zijn.
Daarnaast komen er belemmeringen bij zoals verkeerde ademhaling, verstoorde uitspraak, pijn in het kaakgewricht, in het oor (bijv. tinnitus) of in het hoofd (bijv. migraine), spanningen in nek- en rugregio alsook verkromming van de wervelkolom.
Bovendien kan een ongelijkmatige belasting van afzonderlijke tanden of tandgroepen leiden tot ontstekingen van het tandvlees en kaakbot, kantelen van tanden of zelfs kaakgewrichtsklachten. Naast de functionele beperkingen worden veel afwijkingen ook als esthetisch storend ervaren, zodat de patiënt zelf een gebits- of kaakcorrectie wenst.
